Lelijke eendje
Ruim twintig jaar ben ik met koudeharding bezig. Daarin heb ik een groeiproces doorgemaakt en geleerd van mijn fouten. Bijvoorbeeld bij de zwemtijd, ofwel de dosis kou, maakte ik beginnersfouten.
Opvallend genoeg doet een beginner die voor de eerste keer gaat winterzwemmen het intuïtief goed. De angst voor de kou overheerst, en na enig gegil staat hij of zij na een aantal seconden weer op de kant. Dat voelt goed en smaakt naar meer. Zo verging het ook mij. De tweede keer ging het makkelijker en al snel raakte ik vertrouwd met de kou. Elke keer bleef ik iets langer dippen, want progressie moet er zijn, dacht ik. Ondertussen drong de kou steeds dieper naar binnen, terwijl mijn vetlaag niet evenredig meegroeide. Zo raakte ik telkens een beetje onderkoeld, terwijl ik dacht goed bezig te zijn. Uiteindelijk zat ik zo’n vijf minuten in het ijzige IJsselwater. Met controle over mijn adem, maar niet over mijn lichaamsbewustzijn.
Pas toen ik een jaar later in de leer ging bij de Walrusclub in Omsk, Siberië, viel het kwartje. Daar gold een maximale zwemtijd van één minuut, ook bij een perfecte beheersing van de adem. Langer zwemmen werd voor iedereen afgeraden. Meteen voelde ik het verschil. Ik werd direct na afloop warm, terwijl ik inmiddels gewend was geraakt aan de bibberende koude kermis erna. In Omsk voelde ik mijn vitaliteit toenemen, mijn kachel ging aan. Door goed na te voelen ging ik steeds korter zwemmen. Ik houd me nu aan de oude banjaregel: maximaal 30 seconden in ijswater. Of ik doe een emmergieting.
Net als het lelijke eendje had ik me vergist. Ik dacht een walrusje te zijn. Ik gedroeg me als een walrus, alsof ik een dikke speklaag had, maar ik bleek een pinguïn te zijn. Een pinguïn heeft beduidend minder reserves en moet tijdig op de kant springen. Inmiddels ben ik een volwassen pinguïn geworden. Een onopvallende, die zich graag gedraagt als beginner vanwege de korte zwemtijd, maar dan zonder gegil en mét bewustzijn. Best chill.
Ewout Staartjes
Uit Helende Kou: “met een knipoog naar de oude oosterse gewoonte om onze constituties (lichaamstypen) te duiden met gelijkenissen met dieren, heb ik de drie pooldieren walrus, zeehond en pinguïn in het leven geroepen.” De walrus en de zeehond zijn beter bestand tegen de kou dan een pinguïn die zich beduidend minder lang in het poolwater begeeft.


Add Comment